Home
Actueel
Vieringen
Kroniek
St. Gerlach
Parochie
Kerkgebouw
Heiligdom
Pelgrimage
Schatkamer
Links
Adressen

Parochie St. Gerlach te Houthem


SCHATKAMER


DE NIEUWE SCHATKAMER

Na een jarenlange voorbereiding is de nieuwe schatkamer op 11 januari 2009 door bisschop mgr. Wiertz ingezegend. In deze schatkamer zijn bijzondere kerkschatten te bewonderen, o.m. de gerestaureerde tunica en het zilveren borstbeeld van Gerlachus, met de schedel van Gerlachus.

Openingstijden van de schatkamer

april t/m oktober
maandag t/m zaterdag

   10.00- 17.00 uur *
   

zondag

   10.30 - 17.00 uur *
   

* November t/m maart tot 16.00 uur

Voor rondleidingen kunt u zich via e-mail wenden tot
de coördinator van het Heiligdom 


of tel. 06 15 30 44 92

Tarieven

Voor groepen tot 15 personen bedraagt het tarief 45 euro.
Voor groepen groter dan 15 personen bedraagt de entree 3 euro per persoon.

Rondleidingen door eigen gidsen zijn toegestaan. Entree 1 euro per persoon.

Voor rondleidingen na sluitingstijd wordt 20 euro extra in rekening gebracht.



 






Rob Dückers geeft de genodigden tijdens de officiële opening tekst en uitleg.

11-1-2009


De parochiekerk van Houthem-St. Gerlach bezit een bijzondere kerkschat, die echter nogal geleden heeft. Veel is met de jaren verloren geraakt, waardoor er tegenwoordig maar een klein deel rest van het waardevolle erfgoed van eeuwen. Niettemin bevinden zich tussen de bewaard gebleven stukken enkele objecten van bovenregionale en zelfs internationale importantie, stukken die het verdienen om in grotere kring bekend te worden.

De in een schatkamer bewaarde objecten hebben vaak nog een liturgische functie en worden als zodanig bij bijzondere gelegenheden nog steeds gebruikt. Hierbij valt te denken aan het gebruik van relieken in hun reliekhouders tijdens processies en reliekentoningen, of het gebruik van oud en kostbaar kerkzilver bij feestelijke eucharistievieringen.

De permanente expositie wordt begeleid door een audiovisuele presentatie. Door middel van een film krijgen bezoekers een goede inleiding op hun bezoek aan het complex en de kerkschat. In deze film kunnen op een visueel aantrekkelijke manier zaken aan de orde worden gesteld die in een expositie slechts met moeite kunnen worden belicht. Film en expositie vullen elkaar dan ook goed aan.

Voor de schatkamer is de gehele beneden- en bovenverdieping van de noordelijke kruisgang beschikbaar, alsmede het aangrenzende trappenhuis en de bidkapel. De benedenruimte is in tweeën gedeeld.
Het eerste deel van de expositie toont documenten en archeologische objecten, gegroepeerd binnen een vijftal thema's, te weten:
1. de bouwgeschiedenis van kerk en kloostercomplex,
2. de organisatie van het klooster,
3. het dagelijks leven in het klooster,
4. de dood en tenslotte
5. het leven van en de cultus rond Sint Gerlachus.

Dit laatste thema vormt de overgang naar het tweede deel van de expositie: de eigenlijke schatkamer.

In de schatkamer worden de belangrijkste objecten uit de kerkschat getoond.
Cruciaal is hier de sacrale sfeer, die wordt bereikt door een sobere vormgeving; in een opzettelijk donker gehouden ruimte worden de objecten fraai aangelicht, waardoor ze gaan stralen.
Centraal in de opstelling staat het fraaie zilveren borstbeeld van Sint Gerlachus, dat tussen 1704 en 1706 door de Maastrichtse zilversmid Fredericus Wery is vervaardigd. Het wordt in deze opstelling weer verenigd met zijn houten voetstuk, dat speciaal voor expositie in de schatkamer is gerestaureerd. Het dichtst bij het borstbeeld staan vitrines met de overige relieken die verband houden met Sint Gerlachus, zoals zijn cingel (het koord dat de heilige om zijn middel droeg), de drie pelgrimskruisjes en, als belangrijkste object naast het borstbeeld, zijn tunica of tunicella. Dit kostbare en zeer bijzondere gewaad, vervaardigd uit rode zijde met een blauwzijden voering en stammend uit de tiende of elfde eeuw, werd in het reliekschrijn van Sint Gerlachus aangetroffen en diende lange tijd om zijn relieken in te wikkelen. In 1994 werd het door de Abegg-Stiftung te Riggisberg (Zwitserland) liefdevol gerestaureerd en vervolgens in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek te Maastricht tentoongesteld. In de Houthemse schatkamer zal het, vanwege zijn ouderdom en kwetsbaarheid, onder zeer beperkte belichting in een speciale klimaatvitrine worden getoond en kan het zijn bevoorrechte plaats onder de relieken van Sint Gerlachus weer innemen.

Vanuit de schatkamer stricto sensu wordt de bezoeker verder geleid en komt hij via het oostelijke trappenhuis uit op de bovenverdieping. Een van de ruimtes die hij daar betreedt, is de voormalige proosten- of ziekenloge. De bijzondere 'geschilderde gordijntjes' - een deels weggekraste schildering op glas die een blik vanuit de loge in de kerk mogelijk maakt zonder van daaruit te kunnen worden gezien - krijgen een accent in de presentatie. Op de overloop wordt onder meer een tweetal processievaandels tentoongesteld en wordt de geschiedenis verteld van de restauraties van de gewelfschilderingen van Schöpf in de kerk, tot en met de meest recente restauratie in 2008. Tot slot worden op de bovenverdieping van de kloostergang de wisselende lotgevallen van het complex vanaf de negentiende eeuw tot heden met grafische middelen gedocumenteerd. Vanwege de eis om deze ruimte ook voor tijdelijke exposities te kunnen gebruiken en omdat museale condities in deze ruimte niet zonder kostbare ingrepen konden worden gerealiseerd, is ervoor gekozen in deze ruimte geen objecten van museale kwaliteit te plaatsen.
 


Van Holle Eik tot Heiligdom...
Ad Quercum — Latijn voor `bij de eik'. Zo wordt al vroeg naar deze plek verwezen als de plaats waar St. Gerlachus in een holle eik zijn laatste jaren doorbracht. Hier wordt na zijn dood te zijner eer een klooster voor mannen en vrouwen gesticht, dat niet lang daarna een adellijk Norbertinessenstift wordt.

In deze ruimte verhalen archeologische objecten en documenten van de bewogen geschiedenis.
1.  Grape (kookpot), donkergrijs aardewerk met zoutglazuur, vervaardigd te Elmpt, ca. 1275-1350.
2.  Kom (kon ook als kookpot worden gebruikt), grijs/geel aardewerk, geglazuurd, Maaslands, ca. 1225-1350.
3.  Voorraadkan, paarsbruin aardewerk, geglazuurd, Langerwehe, ca. 1280-1325.
4.  Bouwfragmenten: mergelstenen raamstijl en pijlerfragment (?), laatmiddeleeuws (?). Gedecoreerde en ruitvormige geglazuurde tegels, laatmiddeleeuws.



0rganisatie en beheer
Aan het hoofd van het stift staat de priorin, die uit de gemeenschap wordt gekozen. Voor de liturgie en de zielzorg staat een geestelijke, de proost, haar terzijde. Deze wordt door de priorin benoemd en houdt zich ook bezig met het beheer van het stift. Het dagelijks toezicht delegeert de priorin aan andere zusters, zoals de kosteres, die verantwoordelijk is voor de kerk en de kerkschat. Deze adellijke zusters zijn uiteraard trots op hun afkomst en hun stift en laten hun familiewapen of het stiftswapen op voorwerpen afbeelden.

5.  Fragment van een kacheltegel met wapen (Bourgondisch?), groengeglazuurd aardewerk, vijftiende eeuw.
6.  Conventszegel, moderne afdruk in rode was met afbeelding van St. Gerlachus (links) en het stiftswapen, de adelaar (rechts). Randschrift:
SIGEL . CONVENT . S . GERLACI (Zegel van het St. Gerlachusklooster).
7.  Koperen munt (zog. groot), met het wapen van Maximiliaan van Beieren, prinsbisschop van Luik (1650-1688).



De dood
In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd is de dood alom tegenwoordig. Oorlogsgeweld, ziekte en natuurrampen eisen geregeld mensenlevens; zelfs de kloostermuren bieden daartegen geen bescherming. Maar ook na de dood blijft het individu onderdeel van de gemeenschap. Grafmonumenten en memorieboeken houden de herinnering aan de overledenen levend en geregeld bidden de stiftsdames voor hen die gestorven zijn maar nog steeds met de gemeenschap zijn verbonden: medezusters, proosten, familieleden en weldoeners. Zo bereiden ze zich tevens voor op hun eigen overlijden, hopend op een leven in het hiernamaals.

8.  Facsimile van het zog. Rothschildgetijdenboek, handschrift op perkament, Gent of Brugge, ca. 1510. Het boek is opengeslagen bij de gebeden voor de overledenen. De miniatuur toont een middeleeuwse begrafenis, met op de achtergrond bij de ingang van de kerk een groep kloosterzusters.
9.  Reconstructie van de hiernaast in de muur ingemetselde grafstenen (14e eeuw). De grootste toont de figuur van een priester. De grijze delen zullen oorspronkelijk in een andere steensoort of in koper zijn uitgevoerd. Op de kleinere grafsteen is nog de datum van overlijden, 6 maart (of mei) 1302, leesbaar.
10.  De Dood op een kloosterkerkhof, houtsnede (origineel ca. 1503). Moderne afdruk op oud papier.
11.  Twee op natuurlijke wijze gemummificeerde (huis-)dieren, die op jacht naar prooi vast zijn komen te zitten. Gevonden tijdens de restauratie van het complex.


Het kloosterleven
De Norbertinessen zijn volgelingen van St. Norbertus van Xanten. In navolging van hem is hun leven gebaseerd op twee principes: bidden en werken. In afzondering volgen de stiftsdames vanaf hun eigen koor in de kerk (waar nu het orgel staat) de dagelijkse diensten, de eucharistie en het getijdengebed. In de eucharistie herdenken zij het offer van Christus; in het getijdengebed komt de kloostergemeenschap meermaals per dag bijeen om God met psalmen te loven. Naast gebed is handwerk belangrijk, zodat de resterende tijd op een nuttige manier wordt ingevuld.

12.  Bladzijde uit een brevier (gebedenboek voor de geestelijkheid) uit 1472, inkt op perkament, geschreven te Autun. Dergelijke boeken werden door de zusters dagelijks gebruikt. De tekst in zwart is de eigenlijke gebedstekst, de rode tekst geeft aanwijzingen over de liturgie.
13.  Voetstuk van een pijpaarden heiligenbeeldje, zestiende eeuw(?). Restanten van dergelijke beeldjes, die een devotioneel doel hadden, zijn tijdens de opgravingen gevonden.
14.  Fragmenten van een gebrandschilderd venster, waarschijnlijk laatmiddeleeuws. Er lijkt een deel van een figuur (deel van een gewaad en een voet?) zichtbaar te zijn.
15.  Kopspelden, door de zusters gebruikt tijdens het handwerken.
16.  Schoeisel, leer, 14e-16e eeuw. Het feit dat er ook leerresten gevonden zijn die te passen zijn aan de overgebleven schoenonderdelen zegt ons dat deze schoenen hier ter plekke vervaardigd zijn.



St. Gerlachus
Wanneer Gerlachus na zijn bekering en een verder godvruchtig leven sterft, trekt zijn graf veel pelgrims aan. De kloosterlingen die zich hier vestigen verzorgen de pelgrims, het graf en de relieken van de heilige. Zo wordt zijn gebeente in een schrijn geborgen en zijn schedel uiteindelijk in een kostbaar borstbeeld geplaatst. De stiftsdames laten ook het leven en de wonderen van St. Gerlachus meermaals te boek stellen. Ten slotte geven zij de opdracht om het leven van hun patroonheilige te verbeelden op de muren en het gewelf van hun kerk.

17.  Fragment uit het 'Liber Scivias' van Hildegard van Bingen (facsimile). Deze bekende heilige en mystica uit de twaalfde eeuw kende St. Gerlachus goed en zond hem als teken van haar achting haar professiekroontje. In de miniatuur, die één van haar visioenen verbeeldt, zien we rechtsboven een geharnaste ridder; mogelijkerwijs is deze figuur op St. Gerlachus geïnspireerd.
18.  Titelblad met afbeelding van St. Gerlachus uit een uitgave van het leven van St. Gerlachus uit 1745. Op de achtergrond is rechts het kloostercomplex goed zichtbaar; links zien we de waterput.
19.  Bedevaartsvaantje, (origineel 18e eeuw); moderne afdruk op oud papier. Links zien we pelgrims op weg naar de Gerlachuskerk (dit is overigens de oude kerk, die rond 1725 werd vervangen door de huidige kerk). Rechtsboven zien we St. Gerlachus in zijn holle eik, die de duivel weerstaat; rechtsonder zien we de heilige op pad naar het graf van St. Servatius in Maastricht, een tocht die hij dagelijks vanuit Houthem maakte, behalve op zaterdag, wanneer hij naar Aken reisde.



Schatkamer
In deze ruimte staat een deel van de kerkschat van de St.-Gerlachusparochie tentoongesteld. Deze kerkschat bestaat uit vaatwerk (voorwerpen van metaal die tijdens de eucharistieviering worden gebruikt) en uit reliekhouders, die de overblijfselen van heiligen, waaronder die van de patroon, St. Gerlachus, bevatten. Een schatkamer is echter iets anders dan een museum: het verschil is dat deze voorwerpen, zij het bij uitzondering en met de nodige zorg en voorzichtigheid, nog steeds worden gebruikt. Vaak honderden jaren nadat ze zijn gemaakt vervullen deze objecten nog steeds hun oorspronkelijke functie.

1.  Kelk, J. Lutz, Augsburg, 1728-1733, verguld zilver. De medaillons van emaille tonen taferelen uit het Lijdensverhaal van Christus. Op de nodus (de knopachtige greep) zijn de wapens van priorin Isabella van Raveschot en proost Herman Jacob Christophorie gegraveerd.
2.  Kelk, August Witte, Alen, 1908, verguld koper met medaillons in emaille en sierstenen.
3.  Kelk, atelier Bruun, Münster, 1884, verguld koper, met op de voet gegraveerde voorstellingen van het Heilig Hart, Maria en de 4 evangelisten.
4.  Kelk, 1864, verguld koper, met gegraveerde voet en sierstenen.
5.  Zonnemonstrans, 1773, zilver. In een monstrans wordt normaliter de H. Hostie, het lichaam van Christus, getoond; hiervoor is de opening in het midden. Hierboven zien we in gedreven zilver de figuur van God de Vader, geflankeerd door twee engelen en de H. Geest, in de vorm van een Duif. Samen met de Hostie vormen zij de H. Drievuldigheid.
6.  Tunica van St. Gerlachus. Dit roodzijden gewaad, gevoerd met blauwe zijde, dateert uit de elfde eeuw en werd gevonden in het schrijn bij het gebeente van St. Gerlachus.
7.  Reliekhouder met de cingel (koord) van St. Gerlachus (vervaardigd uit wol of ook wel 'kemelshaar'), 1869, koper. Op de voet is St. Gerlachus afgebeeld bij de holle eik samen met een paard en een koe.
8.  Reliekhouder met een tand van St. Gerlachus, messing.
9.  Drie Pelgrimskruisjes, aangetroffen in het schrijn van St. Gerlachus.
10.  Ciborie, Pierre de Fraisne, Luik, 1611, deels verguld zilver.
11.  Kelk, Guillame Lamotte, Luik, 1765, zilver.
12.  Kelk, Jacobus Nutten, Maastricht, 1768-1770, zilver.
13.  Reliekhouder met reliek van St. Servatius, vroeg 20e eeuw, wit metaal.
14. Twee zilveren reliekhouders, links met reliek van het Heilig Kruis, Antwerpen, 3e kwart 18e eeuw, rechts met reliek van St. Martinus, Jacobus Nutten, Maastricht, 1768-1770.
15.  Chrismatorium, 1728, zilver.
16.  Schaal met ampullen, 1907, zilver.
17.  Schaal met ampullen, atelier Kersten-Leroy, 1932, zilver met de familiewapens van baron Robert de Selys de Fanson en Eugénie de Woot Trixhe.
18.  Schaal met ampullen, J. Nijst, Maastricht, 1814-1830, zilver.
19.  Ampullenblad, Anthoon Wery, Maastricht, 1682-1684, zilver, met stiftswapen.
20.  Reliekbuste van St. Gerlachus, Fredericus Wery, Maastricht, 1704-1706, zilver. Deze reliekhouder bevat de schedel van St. Gerlachus. Bij deze reliekbuste hoort een beschilderd en deels verguld houten voetstuk uit de 18e eeuw met het wapen van het stift Sint-Gerlach.


Oostelijk Trappenhuis
Direct aan uw rechterhand ziet u een bronzen tombe, waarin tot 1 oktober 1999 waren bijgezet Joseph Corneli (1834 -1887) en Anna Corneli-van Heemstra (1847-1888). De kist stond tot 8 juni 1999 opgesteld in de grafkapel aan de noordzijde van de kerk die waarschijnlijk in 1887 is gebouwd voor de familie Corneli. In datzelfde jaar is de kist gemaakt in Tours. Links boven de doorgang naar de kerk een kruis dat afkomstig is van de kist uit dezelfde grafkapel van Elise Corneli-Raikem (1834-1909).
Woensdag 6 september 1786 is een zwarte dag in de geschiedenis van het klooster. Op bevel van de Habsburgse keizer Joseph II, vertrekken de zusters naar het voormalige Kartuizerklooster te Roermond. Het klooster en de kerk blijven leeg achter. Enkele jaren later verklaart Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk. De Fransen rukken al snel op richting Maastricht. Het leegstaande Gerlachus-complex krijgt een nieuwe functie: in 1793 neemt eerst de Franse generaal Lamarlier er zijn intrek en enkele maanden later wordt het klooster door het Staatse leger in gebruik genomen als magazijn. Spoedig wordt het complex ook ingericht als veldhospitaal. In januari 1794 arriveren de eerste zieken en gewonden. In juni vertrekken de inmiddels meer dan 600 slachtoffers naar veiliger oorden. Tijdens deze korte maar onaangename periode ondergaat het complex ingrijpende veranderingen. Later zijn er bij archeologische opgravingen talloze overblijfselen gevonden die dit dramatische hoofdstuk illustreren. In de vitrine vindt u naast een fragment van een porseleinen tabakspijp uit het einde van de 18e eeuw een aantal voorbeelden van gebruiksaardewerk uit de hospitaalperiode en daarna. Enkele voorbeelden laten nog delen van het opschrift ‘St. Gerlache' zien.
Verder ziet u twee 19e-eeuwse processievaandels, vervaardigd uit fluweel, goud-en zilverdraad en zijde. Het linkse toont de patroonheilige, St. Gerlachus, voor de parochiekerk. Rund en paard verwijzen naar zijn functie als beschermer van het vee; verder zien we de waterput afgebeeld. Deze afbeelding is een navolging van een 19e-eeuwse prent, afgedrukt bij een levensbeschrijving van Gerlachus. Het ietwat latere vaandel rechts toont de H. Familie.


Kapel van de Proost
Deze, oorspronkelijk grotere, ruimte was ten tijde van het stift waarschijnlijk bedoeld als eigen bidvertrek voor de Proost. Later is deze ruimte waarschijnlijk ook als ziekenkapel gebruikt. Een bijzonder fenomeen ziet u wanneer u links in de nis een blik werpt door het raam. Het is van buiten beschilderd, maar deze beschildering is gedeeltelijk weggekrast, zodat het mogelijk wordt in de de kerk te kijken zonder zelf gezien te worden. Vanuit de kerk zelf zijn enkel geschilderde gordijnen zichtbaar. Op die manier kon de Proost, gevrijwaard van nieuwsgierige blikken, de dienst in de kerk volgen.

1.  Devotiealtaar gewijd aan St. Gerlachus. Dit altaar uit 1867 stond tot voor kort in de kerk opgesteld. Onder de mensa (het blad) zien we op twee runderen een sarcofaag-vormig schrijn opgesteld. Dit schrijn bevatte het gebeente van St. Gerlachus. Thans is in de kerk, bij het graf van St. Gerlachus, een nieuw bronzen schrijn geplaatst.
2.  Altaarstuk met afbeelding van de boetvaardige Maria Magdalena, olieverf op doek, 18e eeuw. De heilige is liggend afgebeeld, terwijl ze een schedel vasthoudt en over de vergankelijkheid van het aardse leven mediteert. Hiernaar verwijst ook de zandloper naast haar. Voor haar staat een zalfbokaal, haar vaste attribuut (zij zalfde de voeten van Christus) en we zien nog een geopend boek, een bijbel of psalter, want in het boek staat Koning David, de auteur van de psalmen, afgebeeld.
3.  De Tenhemelopneming van Maria, olieverf op paneel, 18e eeuw. Dit schilderij is een vrije en eenvoudig uitgevoerde kopie naar het beroemde schilderij van Murillo. Het is afkomstig van de zusters Dominicanessen te Sittard.
4. Bidstoel, eikenhout, 18e eeuw.
Boven de nis met de doorkijk naar de kerk vinden we het opschrift 'Laudetur Jesus Christus Sacratissimo Sacramento', wat betekent: 'Door het Allerheiligst Sacrament zij Jesus Christus geloofd’


Bovenverdieping kloostergang
Op de overloop vindt u een beknopte presentatie over de restauraties van de muur- en gewelfschilderingen in de kerk. De ruimte die hierop volgt laat in foto's en tekst de meer recente geschiedenis van het complex Houthem St. Gerlach zien. Bij wisseltentoonstellingen zal deze presentatie tijdelijk worden verwijderd.
 

11-1-2009

UNIEKE 18e EEUWSE KOPERPLATEN IN SCHATKAMER


Onlangs is de schatkamer van de St. Gerlachuskerk in Houthem St.-Gerlach erin geslaagd twee bijzondere koperplaten te verwerven. Beide koperplaten werden in de achttiende eeuw gebruikt voor het vervaardigen van devotieprenten ten behoeve van de pelgrims en andere gelovigen die het graf van St. Gerlach bezochten.

oude gravures
(foto: Johannes Timmermans)

Bij iedere plaat is een contemporaine afdruk bewaard gebleven. Deze prenten laten de heilige zien, met op de achtergrond het St. Gerlachusstift, het adellijke Norbertinessenklooster dat heden ten dage als Château St. Gerlach voortleeft. Duidelijk herkenbaar zijn onder meer de Stiftskerk (de tegenwoordige St. Gerlachuskerk) evenals de put en het vee, die beide in het levensverhaal van St. Gerlach een belangrijke rol spelen. Op een van de platen vinden we bovendien het wapen van het Stift, een tweekoppige adelaar, terug.

De beide platen doken in het voorjaar van 2009 op in een veiling van Bubb Kuyper te Haarlem. Daar werden ze door Evelyne Verheggen en Rob Dückers herkend en aangekocht voor de Gerlachuskerk. Evelyne Verheggen is kunsthistorica en specialiste op het gebied van bid- en devotieprenten en Rob Dückers was verantwoordelijk voor het inrichten van de schatkamer van de St. Gerlachuskerk.

Hiermee keren de platen naar hun plek van ontstaan terug: De eenvoudige stijl van de gravures (en de vele topografische details) duiden erop dat deze koperplaten waarschijnlijk ter plekke zijn gemaakt. Dit in tegenstelling tot vergelijkbare bedevaartsprenten van de dichtbijgelegen bedevaartsplaatsen Maria, Sterre der Zee te Maastricht en de Zwarte Christus van Wyck, die door professionele kunstenaars te Antwerpen werden vervaardigd. Bovendien bevat een van de koperplaten de tekst “Dit beeldt is aengeraeckt aan de reliquie”, hetgeen duidt op een directe connectie met de bedevaartsplaats. Hiermee werden de afdrukken als het ware zelf (aanstrijk)relieken.

Van deze koperplaten werden waarschijnlijke honderden afdrukken gemaakt. Deze afdrukken zijn echter niet bewaard gebleven. Tot nu toe is slechts één slechte afdruk bekend van de aanstrijkprent. Papieren devotieprenten waren kwetsbaar en vertegenwoordigden geen grote materiële waarde. Na verloop van tijd raakten ze door de devotie beduimeld en werden ze weggegooid. Dat nu twee koperplaten opduiken van twee vrijwel onbekende bedevaartsprenten is hoogst ongebruikelijk en daarmee buitengewoon bijzonder.

Deze bijzondere vondst verdient nadere studie. In de komende tijd zullen Evelyne Verheggen en Rob Dückers de platen aan verder onderzoek onderwerpen. In de loop van 2010 zal een studie verschijnen waarin deze bijzondere vondst wordt gepubliceerd en de context van deze devotieprenten verder in kaart zal worden gebracht.

De koperplaten zijn op zondag 10 januari 2010 officieel overgedragen aan de schatkamer van de St. Gerlachuskerk te Houthem. Vanaf dat moment zullen de platen permanent in de schatkamer worden getoond.
Evelyne Verheggen geeft in bijgaand document een korte toelichting op deze bijzondere stukken.

6-1-2010

DE SCHATKAMER (oude artikelen)

Voor oudere artikelen over de schatkamer, klik hier.